Evidence-based practice als vertrekpunt
De voorbeelden op deze pagina zijn fictief en bedoeld om het begrip uit te leggen. Het zijn geen teksten om over te nemen; je eigen probleemstelling en onderzoeksvraag stem je af met je begeleider.
In de verpleegkunde combineer je bij een beslissing het beste beschikbare bewijs, je klinische expertise en de wensen van de patiënt. Je scriptie volgt vaak die logica. De probleemstelling laat zien dat er in de praktijk iets knelt, met gegevens van de afdeling of het team, en wat er in de literatuur en de richtlijnen al over bekend is. Je vraag gaat over het stuk dat nog ontbreekt: wat werkt, wat haalbaar is of waarom de praktijk afwijkt.
Fictief voorbeeld: ondervoeding bij thuiswonende ouderen
- Fictief voorbeeld, zwakke probleemstelling: "Ondervoeding bij ouderen is een groot probleem. Wijkverpleegkundigen letten hier te weinig op. Daarom is het belangrijk dat er beter gescreend wordt."
- Wat een docent zou vragen: waaruit blijkt dat er te weinig op gelet wordt, in welk team? Welke ouderen bedoel je, alle cliënten in de wijk of een bepaalde groep? En wat bedoel je met "beter screenen", met welk instrument en op welk moment?
- Fictief voorbeeld, scherpere probleemstelling: "In een wijkteam in een middelgrote gemeente wordt bij nieuwe cliënten van 65 jaar en ouder in het dossier zelden een screening op ondervoeding vastgelegd, terwijl er voor deze groep een gevalideerde screeningslijst bestaat (de SNAQ65+). Het team weet niet waarom de screening achterwege blijft: door tijd, kennis, het dossiersysteem of twijfel aan het nut. Zonder dat inzicht is niet te bepalen welke aanpak de screening in de praktijk laat plaatsvinden."
- Waarom deze versie sterker is: het probleem is aangetoond in een concreet team met dossiergegevens, de populatie is afgebakend en het kennisgat ligt bij de oorzaak van de afwijking, iets wat je met onderzoek kunt achterhalen.
Twee soorten vragen bij hetzelfde probleem
Bij dit probleem passen twee heel verschillende vragen. Welke je kiest, bepaalt je methode.
- Fictief voorbeeld, zwakke vraag: "Hoe kunnen we ondervoeding bij ouderen voorkomen?"
- Fictief voorbeeld, scherpere praktijkvraag: "Welke factoren belemmeren en bevorderen volgens de wijkverpleegkundigen van het team het afnemen van een screening op ondervoeding bij nieuwe cliënten van 65 jaar en ouder?" Past bij interviews of een focusgroep met het team, eventueel aangevuld met dossieronderzoek.
- Fictief voorbeeld, scherpere PICO-vraag: "Leidt structurele screening op ondervoeding (I) bij thuiswonende ouderen met wijkverpleging (P), vergeleken met zorg zonder structurele screening (C), tot minder gewichtsverlies of minder ziekenhuisopnames (O)?" Past bij een literatuuronderzoek met een uitgeschreven zoekstrategie in databanken als PubMed en CINAHL.
- Waarom dit werkt: de eerste vraag is breed en vraagt naar preventie in het algemeen. De twee scherpe versies zijn elk beantwoordbaar, maar met een ander soort bewijs. Vraag je naar een effect, dan weegt bewijs uit gecontroleerde studies het zwaarst, en een literatuuronderzoek kan dat effect alleen samenvatten als die studies er zijn.
Waar je op let bij methode en ethiek
- Richtlijnen: noem welke richtlijn of zorgstandaard je gebruikt (bijvoorbeeld van V&VN of een multidisciplinaire richtlijn), en citeer de passage waarop je steunt, met vindplaats.
- Dossiergegevens: zeg hoe je ze verzamelt, over welke periode en hoe je ervoor zorgt dat cliënten niet herkenbaar zijn.
- Toetsing: onderzoek met patiënten of cliënten kan onder regels voor medisch-wetenschappelijk onderzoek vallen. Vraag bij je opleiding en de zorgorganisatie na welke toetsing of toestemming nodig is voordat je begint.
- Je eigen rol: interview je collega's van je stageteam, benoem dan hoe je bekendheid met hen de gesprekken kan kleuren.
Veelvoorkomende fouten
- "De patiënt" als populatie. Zeg welke patiënten: leeftijd, setting, aandoening, fase van zorg.
- Een effectvraag die je met interviews wilt beantwoorden. Verpleegkundigen kunnen vertellen hoe ze een interventie ervaren. Om aan te tonen dat ze werkt, heb je ander bewijs nodig.
- Aanbevelingen die je ook zonder onderzoek had kunnen opschrijven, zoals "meer scholing". Laat zien welk resultaat tot die aanbeveling leidt en voor wie ze bedoeld is.
- Literatuur die alleen bevestigt. Neem ook studies mee die een ander resultaat laten zien, en weeg ze.
Meer over je verpleegkundescriptie
Wat een verpleegkundescriptie verder kenmerkt, lees je bij scriptie verpleegkunde (hbo). De algemene opbouw van een probleemstelling en het stappenplan voor je onderzoeksvraag staan op aparte pagina's.
Wat Esmond hierin doet
Je onderwerp en je vraag bespreek je met je begeleider en de praktijk. Esmond leest pas als je scriptie geschreven is: de review gaat na of je conclusie past bij het soort bewijs dat je verzamelde, en of je aanbevelingen volgen uit je resultaten en terugkomen bij het probleem uit je inleiding.
We schrijven niets voor je. We beoordelen je werk en tonen je hoe je het sterker maakt. Een review kost vanaf €3,99, eerst een gratis preview. De prijs volgt de lengte van je document en je ziet hem voordat je betaalt. Geen abonnement, geen account.
Veelgestelde vragen
Moet ik in mijn hbo-v-scriptie het PICO-schema gebruiken?
PICO is handig bij vragen over het effect van een interventie, omdat het je zoekstrategie richting geeft. Bij een vraag over ervaringen of belemmeringen past het minder goed. Kijk in je studiehandleiding wat je opleiding verwacht.
Kan ik een probleem van mijn stageafdeling gebruiken?
Ja, dat is gebruikelijk. Onderbouw wel waaruit het probleem blijkt, bijvoorbeeld met afdelingsgegevens of signalen van het team, en spreek af wat je wel en niet over de afdeling mag publiceren.
Is een literatuuronderzoek genoeg als scriptie?
Dat verschilt per opleiding. Een literatuuronderzoek kan een effectvraag samenvatten als er goede studies zijn, maar zegt minder over waarom het in jouw team anders loopt.
Verder lezen