Praktijkonderzoek in je eigen klas
De voorbeelden op deze pagina zijn fictief en bedoeld om het begrip uit te leggen. Het zijn geen teksten om over te nemen; je eigen probleemstelling en onderzoeksvraag stem je af met je begeleider.
Een afstudeeronderzoek op de pabo is meestal praktijkonderzoek: je ziet iets in je klas, zoekt uit wat de literatuur erover zegt, probeert een aanpak en kijkt wat er gebeurt. Je bent daarbij tegelijk leerkracht en onderzoeker. Dat geeft toegang, en het vraagt dat je laat zien hoe je je eigen invloed op de resultaten in de gaten houdt.
Fictief voorbeeld: woordenschat in groep 3
- Fictief voorbeeld, zwakke probleemstelling: "In mijn stageklas hebben veel kinderen een kleine woordenschat. Dat is een probleem bij het lezen. Ik wil onderzoeken hoe ik hun woordenschat kan vergroten."
- Wat je stagebegeleider of docent zou vragen: om hoeveel kinderen gaat het, en hoe weet je dat hun woordenschat klein is? Welke woorden missen ze, schoolse taal of alledaagse woorden? En wat doet de school er nu al aan?
- Fictief voorbeeld, scherpere probleemstelling: "In groep 3 van een basisschool in een grote stad heeft een groot deel van de leerlingen een andere thuistaal dan Nederlands. De leerkracht merkt bij de leesmethode dat deze leerlingen woorden uit de teksten vaak niet kennen, wat ook blijkt uit observaties tijdens de leesles. De woordenschatlessen staan nu los van de leesteksten. Onbekend is of een aanpak volgens de viertakt van Verhallen, met woorden uit de leesteksten, deze leerlingen helpt die woorden te onthouden en te gebruiken."
- Waarom deze versie sterker is: de groep en het probleem zijn concreet, er is een waarneming in de klas en het kennisgat gaat over een aanpak die in de literatuur bestaat maar in deze klas nog niet is geprobeerd.
Een vraag die bij één klas past
- Fictief voorbeeld, zwakke vraag: "Werkt de viertakt voor NT2-leerlingen?"
- Fictief voorbeeld, scherpere vraag: "Wat verandert er in de kennis en het gebruik van woorden uit de leesmethode bij de NT2-leerlingen in mijn groep 3 tijdens een lessenreeks van zes weken volgens de viertakt, en hoe ervaren de leerlingen de lessen?"
- Mogelijke deelvragen: Wat zegt de literatuur over de viertakt (voorbewerken, semantiseren, consolideren, controleren) bij jonge meertalige leerlingen? Welke doelwoorden kennen de leerlingen voor en na de lessenreeks? Hoe gebruiken ze de woorden in gesprekken tijdens de les? Wat vinden de leerlingen zelf van de lessen?
- Waarom dit werkt: "Werkt de viertakt?" is een algemene effectvraag die je met één klas niet kunt beantwoorden. De scherpe vraag blijft binnen je eigen groep en je eigen lessen, en vraagt naar wat je daar echt kunt waarnemen.
Wat je met een kleine groep wel en niet kunt zeggen
Met tien of twintig leerlingen kun je laten zien wat er in jouw klas gebeurde. Je kunt niet aantonen dat de aanpak overal werkt, en zonder vergelijkingsgroep weet je ook niet zeker of de vooruitgang door je lessen komt of door wat de kinderen in die weken verder leerden. Dat is geen reden om het niet te doen. Je benoemt het in je conclusie, en je gebruikt meerdere bronnen (toetsjes, observaties, gesprekken) zodat je beeld steviger wordt.
Praktische en ethische punten
- Toestemming: vraag op tijd na wat de school en je opleiding verwachten over het informeren of toestemming vragen aan ouders.
- Privacy: gebruik geen namen van leerlingen en zorg dat de school niet herkenbaar is als dat is afgesproken.
- Je dubbele rol: leerlingen willen hun juf of meester graag een plezier doen. Vraag je naar hun ervaring, hou daar rekening mee.
- Planning met de klas: een lessenreeks kan uitvallen door een schoolreis of zieke leerlingen. Leg vast wat je doet als je minder lessen kunt geven dan gepland.
Waar het vaak misgaat
- Het probleem is een gevoel. "Ze kennen weinig woorden" wordt sterker met een observatie, een toets of het leerlingvolgsysteem.
- De vraag gaat over alle leerlingen in Nederland, terwijl je data uit één klas komen.
- Je aanpak is niet beschreven. Een lezer moet kunnen nagaan wat je in elke les deed, anders kun je niet laten zien wat je hebt onderzocht.
- De conclusie gaat verder dan de klas. Zeg wat je zag, en wat een collega uit je resultaten kan halen voor een eigen klas.
Verder op de site
Meer over het afstudeeronderzoek zelf staat bij afstudeeronderzoek pabo. De algemene opbouw van een probleemstelling en het stappenplan voor een onderzoeksvraag vind je op aparte pagina's, net als voorbeelden van onderzoeksvragen uit andere opleidingen.
Wat Esmond met je afstudeeronderzoek doet
Esmond bedenkt geen onderwerp en geen vraag voor je; die stem je af met je begeleider en je stageschool. Als je verslag geschreven is, kijkt de review of je conclusie binnen je eigen klas blijft, of je aanpak beschreven staat en of je antwoord teruggaat naar het probleem waarmee je begon.
We schrijven niets voor je. We beoordelen je werk en tonen je hoe je het sterker maakt. Een review kost vanaf €3,99, eerst een gratis preview. De prijs volgt de lengte van je document en je ziet hem voordat je betaalt. Geen abonnement, geen account.
Veelgestelde vragen
Mag mijn afstudeeronderzoek over maar één klas gaan?
Bij praktijkonderzoek op de pabo is dat gebruikelijk. Zeg in je conclusie wel duidelijk dat je resultaten over die klas gaan.
Heb ik een voor- en nameting nodig?
Dat hangt af van je vraag. Vraag je naar vooruitgang in kennis, dan helpt een meting voor en na. Vraag je naar ervaringen, dan passen gesprekken of observaties beter.
Wat als mijn lessenreeks niet het verwachte resultaat geeft?
Dan beschrijf je wat je wel zag en zoek je mogelijke verklaringen. Ook dat levert bruikbare kennis op voor je eigen praktijk.
Verder lezen